4.0 - Overdrachten
Overdrachten zijn ten eerste betalingen (in geld of in natura) waartegenover geen direct aanwijsbare tegenprestaties staan en hebben een herverdeling van het inkomen en vermogen tot gevolg.
Daarnaast worden ook de meeste goederen- en dienstentransacties tussen overheidsinstellingen gerekend tot de overdrachten (zie verder Inkomensoverdrachten).
De overdrachten bestaan uit vier (groepen van) categorieën:
Niet tot de overdrachten behoren:
- Sociale uitkeringen in natura, deze worden gerekend tot lastencategorie 3.4.1. Sociale Uitkeringen in natura.
4.1 - Sociale uitkeringen in geld
De eerste groep van overdrachten zijn Sociale uitkeringen in geld. Deze groep bestaat uit lastencategorie 4.1.1 Sociale Uitkeringen in geld en batencategorie 4.1.2 Verhaal sociale uitkeringen in geld.
4.2 - Subsidies
(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).
De tweede groep overdrachten zijn de subsidies. NB de afbakening van de categorie Subsidies is die volgens het Europees statistisch bureau (Eurostat). Deze wijkt af van de afbakening van subsidies volgens de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
Doelstellingen van subsidieverlening kunnen zijn het beïnvloeden van:
- de productieniveaus;
- de prijzen van producten;
- de beloning van de productiefactoren.
Exploitatiebijdragen aan Marktproducenten worden altijd gerekend tot de subsidies. Wat in dit verband ook nadrukkelijk tot de subsidies wordt gerekend, is een exploitatiebijdrage aan een producent op productie die door een overheidsinstelling is gegund in een traject van aanbesteding. Te denken valt hierbij aan een exploitatiebijdrage aan een openbaar vervoerbedrijf die een openbaar vervoer concessie heeft gekregen in een traject van aanbesteding of een exploitatiebijdrage aan een exploitant van een gemeentelijk zwembad die de exploitatie daarvan is toegewezen in een traject van aanbesteding.
Ook een betaling aan een niet-marktproducent (zoals een overheidsinstelling) voor het in stand houden van de productie kan worden gerekend tot de subsidies, maar alleen onder de voorwaarde dat de betaling is gebaseerd op een algemene regeling die voor zowel markt- als niet-marktproducenten is opengesteld. Voor een dergelijke regeling moet gelden dat elke subsidieaanvrager rechten kan ontlenen aan deze regeling en dus ook altijd geld ontvangt indien aan de voorwaarden in de regeling wordt voldaan (tot het subsidiebudget op is). Dit in tegenstelling tot regelingen waarbij een aanvraag kan worden gedaan voor een bijdrage en waarbij andere producenten niet automatisch dezelfde rechten kunnen ontlenen aan de honorering van die aanvraag. Betalingen aan niet-marktproducenten uit hoofde van dit soort regelingen worden gerekend tot de Inkomensoverdrachten.
Tot de subsidies behoren verder:
- loonkostensubsidies: een (niet-productgebonden) subsidie op de (totale) loonsom of het (totaal) aantal werknemers, dan wel op het in dienst hebben van bepaalde categorieën personen, zoals personen met een lichamelijke handicap of langdurig werklozen, of subsidies op de kosten van door ondernemingen georganiseerde of gefinancierde opleidingsprogramma's;
- milieusubsidies: subsidies die zijn bestemd voor een volledige of gedeeltelijke dekking van de kosten van maatregelen om de lozing van vervuilende stoffen in het milieu te beperken of te stoppen;
- bijdragen aan een marktproducent op aan productie gerelateerde activiteiten, zoals onderzoek;
- vergoeding van niet voldane rente van door een gemeente gewaarborgde geldlening
Tot deze categorie behoren niet:
- overdrachten van de overheid aan vennootschappen en quasi-vennootschappen ter dekking van gecumuleerde verliezen over verschillende boekjaren of van uitzonderlijke verliezen die aan oorzaken buiten de onderneming zijn toe te schrijven. Deze overdrachten moeten worden geboekt op één van de categorieën onder Kapitaaloverdrachten;
- betalingen van de overheid aan marktproducenten als gehele of gedeeltelijke vergoeding voor goederen en diensten die die marktproducenten in verband met sociale risico's en behoeften rechtstreeks en individueel leveren aan huishoudens. Deze betalingen worden gerekend tot 3.4.1 Sociale uitkeringen in natura.
4.3 - Inkomensoverdrachten
...
4.4 - Kapitaaloverdrachten
De kapitaaloverdrachten worden vanaf 2025 bij de kwartaal- en jaarrekeningen opgesplitst in twee soorten, namelijk de investeringsbijdragen en overige kapitaaloverdrachten. Bij de begrotingen is een uitsplitsing van de kapitaaloverdrachten niet verplicht en mag de categorie 4.4.9 Kapitaaloverdrachten – onverdeeld gebruikt worden. Bij de kwartaal- en jaarrekeningen worden de investeringsbijdragen en de overige kapitaaloverdrachten gesplitst in de volgende categorieën:
4.5.1 Investeringsbijdragen – Rijk
4.5.2 Investeringsbijdragen - gemeenten
4.5.3 Investeringsbijdragen - gemeenschappelijke regelingen
4.5.4 Investeringsbijdragen – provincies
4.5.5 Investeringsbijdragen – waterschappen
4.5.6 Investeringsbijdragen – overige overheden
4.5.7 Investeringsbijdragen – Europese Unie
4.5.8 Investeringsbijdragen – overige instellingen en personen
4.6.6 Overige Kapitaaloverdrachten - overheid
4.6.8 Overige kapitaaloverdrachten - overige instellingen en personen
4.5 - Investeringsbijdragen
Een betaalde investeringsbijdrage is een bijdrage in een door een derde gedane investering die valt binnen de categorieën 3.1 Grond en 3.2 Duurzame goederen, waaronder:
- aankoop van gronden en van andere bestaande onroerende zaken;
- nieuwbouw, verbouw of restauratie van onroerende zaken;
- aankoop van duurzame roerende zaken.
Voorbeelden zijn bijdragen:
- aan ProRail in de kosten van aanleg van spoorwegovergangen en spoorwegviaducten;
- aan het Rijk in de kosten van aanleg van een rijksweg;
- in de bouw of verbetering van gemeentewegen en voor wegwijzers bij nieuw aangelegde gemeentewegen.
Daarnaast worden de bijdragen in de door andere overheidsinstellingen en bedrijven verstrekte investeringsbijdragen ook tot de investeringsbijdragen gerekend. Ook de opbrengsten uit de baatbelasting moeten worden geboekt als investeringsbijdrage.
NB er is geen sprake van een investeringsbijdrage indien de bijdrage gekoppeld is aan een tegenprestatie in de vorm van een latere overdracht van een investeringswerk of grond; zie ook hieronder de tekst onder de kop ‘Niet tot de kapitaaloverdrachten behoren:’.
Niet tot de investeringsbijdragen behoren:
- een bijdrage aan een instelling die optreedt als ‘bouwheer’ van een investeringswerk, en waarbij het investeringswerk na de totstandkoming door de bouwheer (gedeeltelijk) wordt overgedragen aan de instelling die de bijdrage verleende. Deze betaling moeten worden geboekt als (vooruit)betaling voor het investeringsgoed op lasten categorie 3.2 Duurzame goederen;
- een bijdrage die een gemeente ontvangt van een projectontwikkelaar ter financiering van het bouwrijp maken van bouwgrond en die kan worden gezien als (gedeeltelijke) (vooruit)betaling door de projectontwikkelaar voor de bouwgrond die de gemeente in een later stadium gaat leveren. Deze ontvangsten moet de gemeente boeken op baten 3.1 Grond.
4.6 - Overige kapitaaloverdrachten
Deze bijdragen zijn bedoeld om het vermogen van de ontvangende partij te versterken.
Hiertoe behoren onder meer:
- vergoeding van schade, ontstaan ten gevolge van vaststelling of herziening van gemeentelijke bestemmingsplannen, met inbegrip van die aan eigenaars van onroerende zaken aangewezen als behorende tot een beschermd dorps- of stadsgezicht;
- vergoeding van schade, ontstaan ten gevolge van gemeentelijke en provinciale besluiten zoals op grond van de Omgevingswet;
- afkoop van tolrecht of andere rechten;
- bijdragen in door derden betaalde schadevergoedingen en afkoopsommen;
- vergoeding van niet voldane aflossingen van door de gemeente gewaarborgde geldleningen;
- schadevergoedingen aan ondernemingen door hevige regenval of langdurige droogte of door andere natuurrampen;
- uitkeringen aan rechthebbenden of aan de consignatiekas van de (netto)opbrengst wegens verkoop van gevonden voorwerpen dan wel op het strand aangespoelde goederen;
- afkoopsommen van onderhoudsplicht in verband met overdracht in beheer en onderhoud van water- en wegenbouwkundige werken;
- betalingen door de overheid of door het buitenland aan eigenaren van kapitaalgoederen die als gevolg van oorlogshandelingen, andere politieke gebeurtenissen of natuurrampen (overstromingen e.d.) zijn vernietigd of beschadigd;
- vergoedingen bij verwerving van onroerende zaken, zoals:
- bedrijfsschadevergoedingen;
- inkomensschadevergoedingen aan pachters en huurders;
- vergoeding van verplaatsing van een bedrijf, sportaccommodatie en dergelijke;
- vergoeding van afbraakkosten.
- vergoedingen van schade verband houdende met gemeentelijke investeringswerken, zoals:
- bedrijfsschadevergoedingen, zoals vergoeding van omrijdschade;
- vergoeding van kosten van verleggen van kabels, leidingen, sloten en andere objecten onder, op of boven de grond;
- vergoeding van aanpassingskosten van onroerende eigendommen van derden;
- overdrachten van de overheid aan niet-financiële vennootschappen en quasi-vennootschappen ter dekking van gecumuleerde verliezen over verschillende boekjaren of van uitzonderlijke verliezen die aan oorzaken buiten de onderneming zijn toe te schrijven (zelfs in het geval van een kapitaalinjectie).
- overdrachten tussen overheidsinstellingen die ten doel hebben het hoofd te bieden aan onverwachte uitgaven of die bestemd zijn om gecumuleerde tekorten te dekken. Deze overdrachten tussen subsectoren van de overheid zijn interne stromen van de sector overheid, die verdwijnen wanneer een geconsolideerde rekening voor de gehele sector wordt opgesteld;
- legaten en nalatenschappen, anders dan ten gevolge van verhaal van leenbijstand (zie 4.1.2 verhaal sociale uitkeringen in geld) en schenkingen;
- kwijtschelding van schulden met wederzijdse instemming, alsmede de tegenboeking van een schuldovername of soortgelijke transacties, zoals honorering van garanties die verband houden met niet-standaardgarantieregelingen, of schuldsanering waarbij een deel van de schulden wordt gedelgd of overgenomen. Uitgezonderd zijn echter:
- kwijtschelding van financiële aanspraken op en overname van schulden van winstgevende quasi-vennootschappen door de eigenaar van de quasi-vennootschap. Deze worden behandeld als een transactie in deelnemingen en aandelen. NB de overname van geaccumuleerde schulden of van buitengewoon groot verlies moet wel worden geregistreerd als een overige vermogensoverdracht;
- kwijtschelding en overname van schulden van een overheidsonderneming door de overheid, wanneer de onderneming ophoudt te bestaan. Deze moeten worden verantwoord op 7.5 Overige verrekeningen;
- kwijtschelding en overname van schulden van een overheidsonderneming door de overheid in het kader van de privatisering van de onderneming op korte termijn. Deze worden behandeld als transacties in deelnemingen en aandelen;
- afboeking van oninbare belastingen of heffingen indien de opbrengst hiervan wordt gerapporteerd op basis van aanslagen (zie ook 2. Belastingen en 3.7 Leges en andere rechten);
- buitengewone betalingen aan sociale verzekeringsfondsen door werkgevers (inclusief de overheid) of door de overheid (in het kader van zijn sociale taken), voor zover deze betalingen bestemd zijn voor een verruiming van de actuariële reserves van deze fondsen;
- wanneer aan de sector overheid verschuldigde belastingen en sociale premies op basis van kohieren en aangiften worden geregistreerd, wordt het gedeelte dat waarschijnlijk niet zal worden geïnd, in dezelfde verslagperiode geneutraliseerd door middel van een overige kapitaaloverdracht;
- verzekeringsuitkeringen na een ramp;
- ontvangsten wegens het vervallen van in de gemeentekas gestorte waarborgsommen.
- de afschrijving van een schuld zonder dat daaraan de vrijwillige instemming van beide partijen aan vooraf ging. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer een debiteur van de gemeente zijn schuld niet erkent en de gemeente deze niet zozeer vrijwillig, maar noodgedwongen afschrijft. Deze afschrijving mag niet worden gezien als een economische transactie en mag daarom ook niet doorlopen in het EMU-saldo. Dit soort afschrijvingen moet daarom worden geregistreerd op 7.5 Overige verrekeningen;
- een overdracht aan de overheid van de opbrengst uit een privatisering (bijvoorbeeld via een holding); deze wordt geregistreerd als een financiële transactie 6.1 Financiële transacties) in deelnemingen en aandelen;
- kapitaalverstrekkingen waarbij middelen ter beschikking worden gesteld in ruil voor een belofte van toekomstig dividend of een ander type rendement. Deze worden beschouwd als inbreng van kapitaal en moeten daarom worden geboekt als financiële transactie op categorie 6.1 Financiële transacties;
- bijdragen uit eigen reserves ter dekking van tekorten van gerealiseerde bouwexploitatie-plannen; deze moeten worden geboekt categorie 7.1 Mutatie reserves.