Naar de inhoud

Vraagbaak Iv3

Op deze pagina kunt u gemakkelijk zoeken op welk taakveld en op welke economische categorie bepaalde baten & lasten geboekt moeten worden. U kunt direct filteren naar een gewenst onderdeel, zoals taakvelden of categorieën, maar u kunt ook in de zoekbalk een trefwoord opgeven. Vervolgens verschijnt in het zoekresultaat een samenvatting van alle onderdelen die verbonden zijn aan het trefwoord.

© Findo 2026

Data Financiën Decentrale Overheden

Handige links

  • > Vraagbaak IV3
  • > Nieuws
  • > Over

Over deze site

  • > Kwetsbaarheid melden
  • > Privacyverklaring
  • > Cookies
  • Home
  • Dashboard
  • Vergelijken
  • Databank
  • Vraagbaak Iv3

Categorieën

  • 1.0 - Salarissen en sociale lasten
  • 2.0 - Belastingen
  • 3.0 - Goederen en diensten
  • 4.0 - Overdrachten
  • 5.0 - Rente en dividend
  • 6.0 - Financiële transacties
  • 7.0 - Verrekeningen

FAQ

3.0 - Goederen en diensten

Een voorwaarde waaronder een betaling tot de Goederen en diensten wordt gerekend is dat tegenover de betaling een aanwijsbare prestatie moet staan in de vorm van een levering van goederen en/of diensten.

Daarnaast geldt voor alle categorieën met uitzondering van 3.1 Grond, 3.2 Duurzame goederen en 3.3 Pachten nog het volgende. Betalingen voor goederen en/of diensten geleverd door overheidsinstelling aan een overheidsinstelling mogen alleen (moeten) tot categorie 3.4.1 tot en met 3.8 gerekend wanneer aan één van de onderstaande voorwaarden wordt voldaan:

  • de goederen en diensten worden verbruikt in het eigen productieproces (zie Begrippenlijst) van de aankopende overheidsinstelling; of
  • het contract voor de levering van goederen of diensten is tot stand gekomen binnen een aanbestedingstraject.

Dit betekent dat bijvoorbeeld een betaling van een gemeente aan een gemeenschappelijke regeling (gr) voor het ophalen van het huishoudelijk afval in die gemeente alleen tot de goederen en diensten mogen worden gerekend als er aanbesteding heeft plaatsgevonden. Is er geen sprake van aanbesteding, dan moet de betaling worden geregistreerd als 4.3.3 Inkomensoverdrachten – gemeenschappelijke regelingen.

Daarentegen behoort de betaling van diezelfde gemeente aan diezelfde gr voor het ophalen van het afval van het gemeentelijk apparaat zelf (zoals het afval van het gemeentehuis) wel tot de aankoop van goederen en diensten. Dit met als reden dat het functioneren van het gemeentehuis onderdeel uitmaakt van het eigen productieproces. Of er al dan niet sprake is van aanbesteding speelt daarbij geen rol.

Ook als een gr voor de huisvesting van de eigen ambtenaren een kantoorpand huurt van een gemeente, is er sprake van een aankoop van een dienst (die onder de Goederen en diensten moet worden geregistreerd). Dit met als reden dat de gehuurde ruimte voor het huisvesten van het eigen apparaat is die taken uitvoeren die tot het eigen productieproces kunnen worden gerekend. Dit is ook van toepassing als een gr voor het kunnen uitvoeren van haar taken personeel inhuurt van een gemeente.


Aandachtspunten:

  1. Bruto of netto verantwoording?
    De met de aankoop en verkoop van goederen en diensten verband houdende bedragen dienen bruto te worden geraamd in het geval er ruiling plaatsvindt. De bij aankoop verschuldigde, niet te verrekenen, omzetbelasting, invoerrechten en accijnzen worden tot die categorie gerekend waartoe de desbetreffende goederen en diensten behoren, ook al worden die kostprijsverhogende belastingen afzonderlijk betaald. Als de BTW kan worden verrekend met het BTW Compensatiefonds, wordt de aankoop exclusief BTW geregistreerd.
  2. Onderhoud: 3.2 Duurzame goederen of 3.8 Overige goederen en diensten?
    Klein of normaal onderhoud heeft als doel de waarde van een object in stand te houden. Het betreft het herstel (reparaties) van wat het gevolg is van het normale slijtageproces. Is er sprake van het verwaarlozen van een object, dan is groot onderhoud nodig om het object weer in goede staat te brengen.
    De aan onderhoud verbonden kosten worden tot 3.8 Overige goederen en diensten gerekend als het object in min of meer de oude staat wordt hersteld.
    Echter verbeteringen aan bestaande vaste activa die verder gaan dan klein, normaal of groot onderhoud of gewone reparaties en waarbij er bijvoorbeeld sprake is van een duidelijke verbetering ten opzichte van de uitgangssituatie, moeten worden verantwoord op (lasten) 3.2 Duurzame goederen. In algemene zin, lasten verbonden aan toevoegingen, wijzigingen of verbeteringen die de gebruiksduur en / of levensduur van een bestaand object belangrijk doen toenemen worden tot 3.2 Duurzame goederen gerekend.
  3. Mutaties voorraden
    Vermeerderingen van de voorraden die worden geactiveerd op de balans, worden geboekt op lasten categorie 3.2 Duurzame goederen. De onttrekking van voorraden op de balans wordt geboekt op baten categorie 3.2. Het verbruik van geactiveerde voorraden wordt gerubriceerd met de desbetreffende categorie waartoe de verbruikte goederen behoren (bijvoorbeeld 3.8 Overige goederen en diensten).


Niet tot deze categorie behoren:

  • bijdragen in de lopende uitgaven (exploitatie) of in de investeringen van een private instelling of persoon; deze behoren respectievelijk tot de Subsidies, Inkomensoverdrachten of de Kapitaaloverdrachten;
  • vooruitbetalingen voor goederen en diensten die nog niet zijn geleverd.

3.1 - Grond

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Tot deze categorie behoren de (ver)koopsommen van gronden.
Tot de aan- of verkoop van grond wordt ook gerekend de eeuwigdurende afkoop van erfpacht.


Niet tot deze categorie behoren:

  • overdrachtskosten; kosten in verband met eigendomsoverdracht worden gerekend tot lastencategorie 3.2 Aankopen en uitbestedingen van duurzame goederen;
  • niet-eeuwigdurende afkoop van erfpacht (zie 3.3 Pachten);
  • schadevergoedingen die geen onderdeel vormen van de koopsom, worden tot de overige kapitaaloverdrachten gerekend (zie Overige kapitaaloverdrachten).

3.2 - Duurzame goederen

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Onder duurzame goederen vallen alle goederen waarvan de economische levensduur ten minste een jaar is. Het maakt daarbij niet uit of de aanschaf in één keer wordt afgeschreven, of in een aantal termijnen.

Tot de lasten op deze categorie wordt niet alleen de aankoop van een bestaand vermogensobject gerekend. Ook de lasten met betrekking tot de totstandkoming van een geheel nieuw vermogensobject worden hiertoe gerekend, al dan niet in termijnen betaald.

Ook nieuwe of bestaande vaste activa die als kapitaaloverdrachten in natura zijn ontvangen of zijn geleverd worden gerekend tot deze categorie (en waarbij de kapitaaloverdracht moet worden tegen geboekt bij respectievelijk de baten of lasten op een categorie onder de Kapitaaloverdrachten).


Aankoop duurzame goederen is inclusief grond?

Als de in de transactie niet alleen bestaat uit de aankoop van duurzame goederen, maar ook uit overdracht van grond, dan is de behandeling van de aankoop afhankelijk van de omstandigheden. Wordt namelijk aan de onderstaande voorwaardes voldaan:

  • de waardes van elk van de twee componenten zijn afzonderlijk substantieel;
  • de grond en de opstallen zijn afzonderlijk van belang,

dan moet de aankoop worden gesplitst in 3.1 Grond en 3.2 Duurzame goederen.

Kan de waarde van de grond niet worden gescheiden van de waarde van de bouwwerken die erop staan, dan moeten de activa tezamen worden ingedeeld bij het actief met de hoogste waarde.


Categorie 3.2 Duurzame goederen is te verdelen in de volgende vijf groepen:

  1. Onroerende zaken
    Tot deze groep worden gerekend de (ver)koopsommen van bestaande gebouwen, water- en wegenbouwkundige werken en andere onroerende zaken. Tot deze rubriek worden ook gerekend onroerende zaken die zijn verkregen op basis van financial lease.
    In gevallen waarbij ruiling plaatsvindt, dienen de aankoop- en verkoopsommen bruto te worden verantwoord.
    Verder behoren hiertoe de ontvangsten wegens verkoop van de bij afbraak vrijgekomen materialen.Voor overige verkopen duurzame goederen in erfpacht geldt hetzelfde als voor erfpacht van gronden (zie categorie 3.3 Pachten).
  2. Uitbestede investeringen
    Deze bestaan uit de kosten van uitbesteding van investeringswerken of onderdelen daarvan, al dan niet in termijnen betaald.
    Hiertoe wordt ook gerekend de betaling aan een instelling die optreedt als ‘bouwheer’ voor een investeringswerk of een onderdeel daarvan en waarbij het investeringswerk of een onderdeel daarvan na de totstandkoming volgens afspraak in bezit wordt verkregen. NB de ‘bouwheer’ dient deze ontvangsten te boeken als baten 3.2 Duurzame goederen.
    De kosten van investeringswerken omvatten niet alleen de betalingen voor werkzaamheden van de aannemers, maar ook de kosten van de voorbereiding, het ontwerp, de begeleiding tijdens de bouw en de kosten van de eigendomsoverdracht.
    Tot de investeringswerken worden onder meer gerekend:
    • nieuwbouw van gebouwen, met inbegrip van de daartoe behorende installaties, parkeerterreinen, aan- en afritten en groenvoorzieningen;
    • her- en verbouw en restauratie van bestaande gebouwen;
    • aanleg of vervanging van verwarmings- en airconditioninginstallaties, liften, machines en andere installaties, welke aard- of nagelvast verbonden worden of zijn met bestaande gebouwen;
    • aanleg van water- en wegenbouwkundige werken, zoals (water)wegen en paden, dijken, havens, vaarten, kanalen, bruggen, duikers, sluizen, tunnels, viaducten en andere kunstwerken, afvoerputten, riolen, persleidingen, rioolgemalen en zuiveringsinstallaties, met inbegrip van de daartoe behorende machines en andere installaties, aan- en afritten en groenvoorzieningen;
    • uitbreiding of verbetering van bestaande water- en wegenbouwkundige werken;
    • aanleg of vervanging van verkeerslichtinstallaties, remmings- en andere rivier- en kanaalwerken, bewegingswerken, machines en andere installaties welke aard- of nagelvast worden of zijn verbonden met water- en wegenbouwkundige werken;
    • aanleg en inrichting van terreinen voor opslag en berging, sportterreinen, vliegvelden, terreinen voor openluchtrecreatie, zoals plantsoenen, parken, hertenkampen, kinderboerderijen, kampeerterreinen en volkstuinen;
    • werken in verband met de uitvoering van de Ontgrondingenwet;
    • slopen van opstallen en kunstwerken, egaliseren van terreinen, dempen van kanalen en sloten en dergelijke werken, krotopruiming;
    • de gekochte en in eigen beheer geproduceerde computerprogrammatuur;
    • de aanschaf van inventaris bij ingebruikneming van accommodaties en van (reserve)onderdelen en hulpstukken bij aankoop van duurzame roerende zaken;
    • onderzoekingen in eigen beheer of door derden.
  3. Duurzame roerende zaken
    Tot deze rubriek worden gerekend de duurzame roerende zaken die al dan niet zijn verkregen op basis van financial lease. Hier onder vallen onder andere:
    • auto’s, vaartuigen, rollend en varend materieel, fietsen en bromfietsen;
    • meubilair, kantoormachines en andere inventarisstukken, stoffering;
    • muziekinstrumenten, gymnastiektoestellen, materialen voor sportbeoefening;
    • verkeerslichtinstallaties, tijdaanwijzers, parkeermeters; installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen;
    • dieren;
    • duurzame roerende zaken welke aard- en nagelvast verbonden waren aan onroerende zaken;
    • objecten voor verzamelingen in musea.
  4. Overdrachtskosten
    Zowel voor vaste activa als voor grond bestaan de ten laste van de nieuwe eigenaar komende kosten van de eigendomsoverdracht uit:
    Al deze overdrachtskosten moeten (door de nieuwe eigenaar) op deze categorie worden verantwoord.
    • kosten voor de oplevering van (nieuwe of bestaande) activa op de vereiste plaats en tijd, zoals vervoer-, installatie- en oprichtingskosten enz.;
    • gemaakte kosten of betaalde vergoedingen voor deskundige bijstand, zoals honoraria voor landmeters, ingenieurs, advocaten, taxateurs enz., en commissies betaald aan makelaars, veilingmeesters enz.;
    • door de nieuwe eigenaar verschuldigde belastingen op de eigendomsoverdracht van de activa. Deze belastingen zijn belastingen op de diensten van de intermediairs en belastingen op eigendomsoverdracht, maar geen belastingen op de gekochte activa.
  5. Kosten van voorbereiding en ontwerp die direct samenhangen met investeringsprojecten.


Niet tot deze categorie behoren:

  • vergoedingen voor bedrijfs- en inkomensschade die geen onderdeel vormen van de koopsommen; deze worden gerekend tot de overige kapitaaloverdrachten (zie Overige kapitaaloverdrachten);
  • kosten van derden voor het ontwerpen, vaststellen en herzien van algemene plannen (zie 3.8 Overige goederen en diensten).

3.3 - Pachten

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Pacht is een afgesproken vergoeding die wordt betaald aan eigenaren van grond, binnenwateren of rivieren voor het gebruik daarvan. Vanuit het standpunt van de eigenaar geredeneerd, is dit inkomen uit vermogen en is er geen sprake van een geleverde prestatie (dienst). Dit is de reden waarom de betalingen of ontvangsten aan pacht op een aparte categorie moeten worden verantwoord.


Tot deze categorie behoren:

  • erfpachtcanons;
  • pacht;
  • precariorechten: rechten voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond of -water, voor de openbare dienst bestemd;
  • staan- en liggelden van woonwagens en -schepen;
  • vergoedingen voor het vissen in gemeentewater en het jagen op gemeentegrond;
  • vergoeding voor het hebben van een uitlozing op gemeentewater;
  • concessiegelden wegens het uitoefenen van bedrijfsmatige activiteiten binnen de gemeente.


Niet tot deze categorie behoren:

  • eeuwigdurende afkoop van erfpacht van grond. Eeuwigdurende afkoop van erfpacht van grond moet worden geboekt als verkoop van grond op categorie 3.1 Grond;
  • het ontvangen bedrag voor tijdelijke afkoop van erfpacht van grond. Is er een betaling voor de afkoop van de erfpacht voor een aantal jaren, dan moet het ontvangen bedrag worden geboekt als een vaste schuld. Vervolgens moet in de jaren waarop de afkoop betrekking heeft jaarlijks een ontvangst van erfpacht worden geboekt op categorie 3.3 Pachten, met een tegenboeking op lasten categorie 6.1 Financiële transacties op de balanspost waaronder de vooruit ontvangst is geboekt;
  • huur van woningen en gebouwen. Hierbij is wel sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder; lasten aan huren moeten worden geboekt op categorie 3.8 Overige goederen en diensten en baten aan huren op 3.6 Huren.

3.4.1 - Sociale uitkeringen in natura

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten

Deze categorie is bedoeld voor het registreren van bijdragen aan huishoudens om de financiële lasten te verlichten die voortvloeien uit een aantal sociale risico’s en behoeften, én waarvan de besteding is gebonden aan de aanschaf van bepaalde goederen en diensten. Het maakt hierbij niet uit of de bijdrage wordt overgemaakt op de bankrekening van de begunstigde voor het zelf kunnen aanschaffen van goederen of diensten, of dat de bijdrage wordt overgemaakt aan de instantie die het goed of de dienst verstrekt.

Ook de betalingen van de persoonsgebonden budgetten (pgb’s) via de Sociale verzekeringsbank (SVB) worden tot de uitkeringen in natura gerekend. In het geval van de pgb’s loopt de betaling hiervan aan de cliënt via het SVB. Echter het SVB heeft geen beslissingsbevoegd; die ligt bij de gemeente of een gemeenschappelijke regeling en daar moeten dus de pgb’s als uitkering in natura worden geboekt. Criterium bij welke instelling de uitgaven aan sociale uitkeringen in natura moeten worden geboekt is bij welke overheidsinstelling de ‘verantwoording van het budget’ ligt.


De sociale risico's en behoeften kunnen zijn:

  • ziekte;
  • invaliditeit, handicap;
  • arbeidsongeval of beroepsziekte;
  • ouderdom;
  • nabestaanden;
  • moederschap;
  • gezin;
  • bevordering arbeidsdeelname;
  • werkloosheid;
  • huisvesting;
  • onderwijs;
  • algemene behoeftigheid.


Tot deze categorie behoren onder meer:

  • bijdragen in de kosten van leerlingenvervoer tussen huis en school;
  • bijdragen in de kosten van door derden geleverde faciliteiten aan personen, zoals taalcursussen, huisvesting, inburgeringscontracten;
  • huursubsidies bij huisvesting, met uitzondering van bijzondere uitkeringen door de overheid in haar hoedanigheid van werkgever;
  • bijdragen in de verhuis- en herinrichtingskosten en de kosten van opslag van meubilair van bewoners van woningen, zoals bij woningverbetering en krotopruiming;
  • vergoedingen aan personen krachtens de WMO en de Jeugdwet, zoals pgb’s en maatwerkvoorzieningen voor huishoudelijke hulp, woningaanpassingen, vervoer, etc.;
  • vergoeding van kinderopvang alleenstaande ouders;
  • kosten verbonden aan het gebruik door minima van stadspassen (zoals het betalen van de korting op musea, sportclubs, bibliotheek, activiteiten) of het meebetalen aan de aanschaf door minima van een stadspas in het kader van het minimabeleid
  • aankoop re-integratietrajecten bij niet overheidsinstellingen;
  • alle betalingen aan alle soorten instellingen die goederen en/of diensten verlenen binnen het kader van sociale risico’s en behoeften en waaraan aanbesteding ten grondslag ligt.

De lasten aan sociale uitkeringen in natura dienen bruto te worden verantwoord. Eventuele eigen bijdragen of verhaal van sociale uitkeringen in natura moeten worden geboekt op baten F3.4.2 Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura.

3.4.2 - Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

De lasten aan sociale uitkeringen in natura moeten bruto worden verantwoord. Voor het verkrijgen van een beeld van de netto lasten moeten de uitkeringen aan personen worden gecorrigeerd met de van hen ontvangen eigen bijdragen en de terugbetalingen van ten onrechte verstrekte uitkeringen (verhaal). De eigen bijdragen en het verhaal dienen op deze (baten)categorie te worden verantwoord.


Tot deze categorie wordt gerekend:

  • verhaal van (bijzondere) bijstand;
  • de eigen bijdragen en ouderbijdragen voor de maatwerkvoorzieningen, de individuele voorzieningen, de algemene voorzieningen en de opvang en het beschermd wonen krachtens de Wet maatschappelijke ondersteuning (WMO) en de Jeugdwet.

3.5.1 - Ingeleend personeel

(Deze categorie komt alleen aan de lastenkant voor).

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit de kosten van het inlenen van personeel. Deze kosten zijn daarbij in rekening gebracht op basis van een tarief. Er wordt dus betaald voor het aantal gewerkte uren door het ingeleende personeel, en niet voor de prestatie die het ingeleende personeel levert.

Tot ingeleend personeel worden onder andere gerekend degenen die beschikbaar worden gesteld door andere overheidsinstellingen. Dit geldt ook voor degenen die beschikbaar worden gesteld door uitzendbureaus, advies- / ingenieursbureaus of sociale werkverbanden en voorts ingeleend schoonmaak- en onderhoudspersoneel.

NB wanneer moet worden betaald voor datgene wat de inhuur voortbrengt (i.e. de prestatie die wordt geleverd in de vorm van een product of een dienst), dan moeten deze lasten, ook al zijn de arbeidskosten afzonderlijk in de rekening gebracht, worden verantwoord op (lasten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

3.5.2 - Uitgeleend personeel

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit de baten voor het uitlenen van eigen personeel. De vergoeding hiervoor wordt in rekening gebracht op basis van een tarief. Er wordt dus betaald voor het aantal gewerkte uren van het uitgeleende personeel, los van de prestatie die het uitgeleende personeel levert.

NB wanneer de betaling is voor datgene wat de uitleen voortbrengt (i.e. de prestatie die wordt geleverd in de vorm van een product of een dienst), dan moeten de in rekening gebrachte arbeidskosten (en eventuele kosten voor materialen) worden verantwoord op (baten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

3.6 - Huren

NB betaalde huren moeten worden geboekt op (lasten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Bij de verhuur van woningen en gebouwen is sprake van een dienst van de eigenaar aan de huurder.


De ontvangen huren hebben betrekking op:

  • onroerende zaken: gebouwen en opstallen, zoals schoollokalen, gymnastieklokalen en sportaccommodaties;
  • duurzame roerende zaken: vervoermiddelen / rollend en varend materieel / machines / werktuigen / gereedschappen / apparatuur / instrumenten / schaft- en gereedschapswagens / zuurstof- en koolzuurcilinders / kantoormachines / vergoeding voor gebruik van eigen vervoermiddel, kleding of gereedschap.

3.7 - Leges en andere rechten

NB betaalde leges en andere rechten moeten worden geboekt op (lasten) categorie 3.8 Overige goederen en diensten.

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Leges en andere rechten zijn gedwongen betalingen aan de overheid ter vergoeding van kosten van het gebruik van bezittingen, werken of inrichtingen, het gebruik van voorzieningen en het genot van diensten. In tegenstelling tot bij belastingen staat tegenover de betaling een directe prestatie.

Bij de gemeenten vallen onder deze categorie de door de gemeente op grond van artikel 229 van de Gemeentewet geheven leges en andere rechten geregeld bij gemeentelijke verordeningen, evenals rechten geheven ingevolge de Wabo/Omgevingswet. Voorbeelden bij gemeenten:

  •     secretarieleges;
  •     rechten burgerlijke stand;
  •     begraaf(plaats)rechten;
  •     reinigingsrechten en afvalstoffenheffingen,
        hiertoe wordt ook bijvoorbeeld gerekend de opbrengst van de verkoop van vuilniszakken, die verplicht zijn gesteld voor het aanbieden van huisvuil aan de gemeentelijke reinigingsdienst;
  •     vermakelijkheidsretributies;
  •     scheepvaartrechten, brug- en sluisgelden;
  •     marktgelden;
  •     staangelden voor markten en kermissen;
  •     drank- en horecavergunning;
  •     parkeergelden (ook wel parkeerbelasting) inclusief de gefiscaliseerde parkeerboetes;
  •     omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften op aanvraag op basis van de Wabo/Omgevingswet.

Bij de provincies vallen onder deze categorie de door de provincie op grond van artikel 223 van de Provinciewet geheven leges en andere rechten geregeld bij provinciale verordeningen, evenals rechten geheven ingevolge andere wetten zoals de Wabo/Omgevingswet. Voorbeelden zijn:

  •     leges vaarwegenreglement;
  •     leges grondwatervergunningen;
  •     leges ontgrondingen;
  •     leges omgevingsvergunningen en maatwerkvoorschriften op aanvraag op basis van de Omgevingswet;
  •     ontgrondingenheffing en grondwaterheffing;
  •     leges Wabo;
  •     haven- en kadegelden;

Indien het geboekte bedrag aan leges en andere rechten is gebaseerd op aanslagen en er is sprake van kwijtschelding of oninbaarheid, dan mag het kwijtgescholden of oninbare bedrag niet in mindering worden gebracht op de aanslag. Op deze punten worden dus de heffingen bruto geboekt. Kwijtscheldingen en oninbare leges en andere rechten moeten worden geboekt op één van de categorieën onder Overige kapitaaloverdrachten, waarbij bijvoorbeeld de kwijtschelding aan personen geboekt moet worden op 4.6.8 Overige Kapitaaloverdrachten – overige instellingen en personen.

3.8 - Overige goederen en diensten

Zie de algemene toelichting onder 3.0 Goederen en diensten.

Deze categorie bestaat uit twee hoofdgroepen: goederen en diensten


Goederen

Deze hoofdgroep kan worden ingedeeld in de volgende drie groepen:

  1. Algemene benodigdheden
    Kernwoorden zijn:
    • bureau-, schrijf- en tekenbehoeften, materialen voor post- en archiefzaken, druk- en bindwerk, lichtdrukken en fotokopieën geleverd door derden;
    • boeken, staatsbladen, traktatenbladen en kamerstukken, periodieken, tijdschriften en kranten, losbladige uitgaven, kaarten, statistieken, bloemen en planten, schilderijen en andere zaken ter verfraaiing van dienstvertrekken.
  2. Specifieke kleine gebruiksgoederen
    Tot de specifieke gebruiksgoederen worden gerekend de goederen die aangewend worden voor de uitvoering van specifieke taken. Hieronder vallen onder meer de navolgende voor meermalig gebruik bestemde goederen:
    • kleine gereedschappen;
    • dienst- en werkkleding, en uitrusting;
    • servies- en glaswerk en andere gebruiksgoederen behorende tot de inventaris van kantines en laboratoria, linnengoed en andere benodigdheden voor nachtverblijf, verplegingsartikelen, leermiddelen;
    • boeken, platen en kunstwerken voor uitleen, objecten voor verzamelingen van musea;
    • noodvoorraden, brandkluis- en reddingsmiddelen;
    • meubilair voor wegen, straten en pleinen, zoals: gemeente-, verkeers- en straatnaamborden, wegwijzers, openbare publicatieborden;
    • onderdelen, hulpstukken en andere benodigdheden voor vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen, zoals films, dia’s en geluidsbanden voor audiovisuele apparatuur;
    • de aankoop van geschenken, prijzen en medailles.
  3. Specifieke verbruiksgoederen
    De specifieke verbruiksgoederen betreffen materialen van meer specifieke aard, die in het productieproces opgaan. Hiertoe worden gerekend:
    • voedingsmiddelen, dranken en tabaksartikelen;
    • waterverbruik;
    • energie (zoals aardgas / elektriciteit/huisbrandolie/benzine/diesel/LPG);
    • genees- en verbandmiddelen, toiletbenodigdheden, reinigings- en ontsmettingsmiddelen;
    • ammunitie, veevoeder en stro, chemicaliën, strooizand en zout, smeermiddelen en vetten;
    • materialen voor: offset-, lichtdruk- en fotokopieerwerk, mechanische en automatische verwerking van gegevens, fotografische en dactyloscopische werkzaamheden, laboratoriumwerkzaamheden;
    • kwekerijproducten, zoals planten, zaden en pootgoed, onkruidbestrijdingsmiddelen, meststoffen;
    • bouwmaterialen, zoals asfalt, stenen, zand, cement, hout en betonijzer ten behoeve van werken, ook al worden deze dadelijk ter beschikking van een aannemer gesteld.


Diensten

Deze hoofdgroep kan worden ingedeeld in de volgende zeven groepen:

  1. Uitbestede werkzaamheden
    Tot de uitbestede werkzaamheden behoren onderhouds- en schoonmaakwerkzaamheden verricht door derden, waarin naast een vergoeding voor arbeidsloon ook verbruikt materiaal begrepen kan zijn. Genoemde werkzaamheden kunnen voorkomen bij:
    • onroerende zaken, zoals: terreinen, gebouwen en water- en wegenbouwkundige werken met de daarbij behorende installaties, te weten: verwarmings-, airconditioning-, elektrische, telefoon-, intercom- en andere telecommunicatie-installaties, bewegingswerken en liften;
    • roerende zaken, zoals: kantoormachines, meubilair, stoffering, vervoermiddelen, rollend en varend materieel, installaties, machines, werktuigen, apparatuur, instrumenten, gereedschappen en dienstkleding;
    • overige werkzaamheden, zoals: het reviseren van machines en motoren, het afvoeren van vuil van de secretarie en gemeentelijke diensten, het wassen van gordijnen, linnengoed en dienstkleding, het ontsmetten van onroerende en roerende zaken, voor rekening van derden uitbestede onderhoudswerken.
  2. Huren (alleen lasten; baten moeten worden verantwoord op 3.6 Huren)
    Onder huren worden ook verstaan de betaalde auteurs-, octrooi- en licentierechten, evenals leasetermijnen voor operationele lease.
    De betaalde huren hebben betrekking op:
    • onroerende zaken, zoals: gebouwen en opstallen;
    • roerende zaken, zoals: vervoermiddelen / rollend en varend materieel / machines / werktuigen / gereedschappen / apparatuur / instrumenten / schaft- en gereedschapswagens / zuurstof- en koolzuurcilinders / kantoormachines / vergoeding voor gebruik van eigen vervoermiddel, kleding of gereedschap.
  3. Verzekeringen
    Tot de door het verzekeringswezen verleende diensten behoren onder meer:
    • verzekeringen tegen brand-, inbraak- en stormschade, glasschade, wettelijke aansprakelijkheid, fraude, reconstructieverzekering;
    • vrijwillige (collectieve) verzekeringen tegen ongevallen;
    • schadeverzekeringen voor duurzame roerende zaken en in aanbouw zijnde onroerende zaken;
    • transportverzekeringen, geldwaardeverzekeringen
  4. Vergoedingen
    Tot de vergoedingen behoren:
    • vergoedingen aan leden van het dagelijks bestuur van een commissie die geen raadslid zijn;
    • presentiegeld en vergoeding van reis- en verblijfkosten voor reizen binnen de gemeente voor leden van commissies, die geen raadslid zijn;
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten aan raadsleden en aan leden van commissies, die geen raadslid zijn, voor reizen buiten het grondgebied van de gemeente;
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten aan het college van burgemeester en wethouders en aan het gemeentepersoneel voor de uitoefening van hun werkzaamheden (vergoeding voor het woon- werkverkeer valt onder 1.1 Salarissen en sociale lasten);
    • vergoeding van reis- en verblijfkosten van sollicitanten, externe adviseurs en dergelijke;
    • overige vergoedingen ingevolge het Verplaatsingskostenbesluit;
    • vergoeding van studiekosten, van kosten huisaansluiting voor telefoon, abonnement en gesprekken, van schade aan persoonlijke eigendommen van het gemeentepersoneel.
  5. Kosten algemene plannen
    Hiertoe behoren de kosten van derden voor het ontwerpen, vaststellen en herzien van algemene plannen zoals structuurplannen, bestemmingsplannen, omgevingsvisies, omgevingsplannen en verkeerscirculatieplannen.
    Deze categorie is afgesplitst van het totaal van de duurzame goederen omdat dergelijke kosten volgens de Europese richtlijnen geen investeringen zijn, maar tot de verbruikte diensten worden gerekend. Het Europese investeringsbegrip omvat wel de kosten van voorbereiding en ontwerp die direct samenhangen met de investeringsprojecten die onder 3.2 Duurzame goederen worden meegeteld (wegen, gebouwen etc.).
  6. Betaalde leges en andere rechten (alleen lasten; baten moeten worden verantwoord op 3.7 Leges en andere rechten).
    Zie de beschrijving van (baten) 3.7 Leges en andere rechten voor welke betalingen tot deze groep moeten worden gerekend.
  7. Overige diensten
    • de kosten van diensten van taxateurs, notarissen, makelaars in onroerende zaken en overige tussenpersonen. Dit voor zover deze kosten niet zijn gemaakt in het kader van de aan- of verkoop van grond of duurzame goederen; deze kosten dienen te worden geboekt onder 3.2 Duurzame goederen;
    • proces- en gerechtskosten bij onteigeningsprocedures en rechtsgeschillen;
    • andere honoraria van artsen, accountants, architecten (voor zover niet voor investeringswerken, zie 3.2 Duurzame goederen) en andere personen met een vrij beroep;
    • de kosten van diensten van het bankwezen, zoals de provisie van geldleningen en de kosten van uitbetaling van aflosbare obligaties en vervallen rentecoupons;
    • vergoeding voor het geven van onderwijs aan zieke kinderen, godsdienstonderwijs, spraakonderwijs, bijzondere schoolgymnastiek en het verzorgen van de centrale schoolbibliotheek;
    • advertentie- en reclamekosten / telefoonkosten / porti-, telegram- en telexkosten / vrachtkosten / incassokosten;
    • kosten van geneeskundige behandeling, keuring en controle van (gewezen) personeel;
    • kosten van vorming en ontspanning van het personeel;
    • kosten van selectie van sollicitanten;
    • kosten van inning van gemeentelijke belastingen en retributies;
    • kosten van aan- en verkoop en van open dan wel gesloten bewaargeving van waardepapieren;
    • overige reclameopbrengsten, zoals een vergoeding voor een reclamebord; niet hieronder vallen de reclamebelastingen, deze worden gerekend tot 2.2.1 Belastingen op producenten;
    • opbrengsten uit in rekening gebrachte kosten van toepassing van bestuursdwang.

Een speciale vorm van een betaling voor een dienst is het betalen van een contributie of het doen van een donatie aan een stichting of vereniging, én waarbij het recht wordt verkregen op een tegenprestatie. Voorbeelden waarbij dit geldt zijn contributies aan:

  • beroepsverenigingen, al dan niet specifiek voor gemeentelijke ambtenaren, zoals de Nederlandse Beroepsorganisatie van Accountants;
  • stichtingen en verenigingen, die op hun gebied relevante informatie verstrekken en waarop eventueel een beroep gedaan kan worden voor de door hen verleende diensten, zoals het Nederlands Normalisatie Instituut en de Stichting Bouwcentrum.

Hierbij gelden dezelfde regels als voor ‘gewone’ betalingen van goederen en diensten. Dit betekent dat de contributie aan de Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) niet tot de goederen en diensten behoort. Reden is dat de VNG tot de overheid wordt gerekend en dat de contributie weliswaar wordt gedaan ten behoeve van het functioneren (van het apparaat) van de gemeente, maar dat de geleverde diensten niet worden aangekocht in een traject van aanbesteding waaraan ook niet-overheidsinstellingen kunnen deelnemen. De contributie aan de VNG is daarom een inkomensoverdracht (4.3.6 Inkomens­overdrachten – overige overheden).


Niet tot deze categorie behoren:

  • kosten van uitzendkrachten (zie 3.5.1 Ingeleend personeel/3.5.2. Uitgeleend personeel);
  • pachten (zie 3.3 Pachten);
  • (betaalde) premies aan pensioenfondsen en sociale verzekeringsinstellingen voor het huidige of het voormalige personeel (zie 1.1 Salarissen en sociale lasten).

Onderdelen

  • 3.1 - Grond
  • 3.2 - Duurzame goederen
  • 3.3 - Pachten
  • 3.4.1 - Sociale uitkeringen in natura
  • 3.4.2 - Eigen bijdragen en verhaal sociale uitkeringen in natura
  • 3.5.1 - Ingeleend personeel
  • 3.5.2 - Uitgeleend personeel
  • 3.6 - Huren
  • 3.7 - Leges en andere rechten
  • 3.8 - Overige goederen en diensten