Materiële vaste activa
Materiële vaste activa zijn de bezittingen van gemeenten. Ze kenmerken zich door een levensduur, die langer is dan één jaar. De vaste activa zijn onder te verdelen in investeringen met economisch nut en investeringen met maatschappelijk nut in de openbare ruimte. Investeringen met economisch nut kunnen worden verhandeld (gebouwen) of er kan een bijdrage voor worden gevraagd (riolering). Bij investeringen met maatschappelijk nut (rotondes) kan dat niet. Dit onderscheid is gebaseerd op de BBV-regelgeving. Meer informatie over de materiële vaste activa en de waarderingsgrondslagen kunt u vinden op de website van de commissie BBV
A121 - Materiële vaste activa: Gronden en terreinen
Tot deze balanspost behoren:
- Gronden en terreinen
A122 - Materiële vaste activa: Woonruimten
Tot deze balanspost behoren:
- Woonruimten
A123 - Materiële vaste activa: Bedrijfsgebouwen
Tot deze balanspost behoren:
- Bedrijfsgebouwen
A124 - Materiële vaste activa: Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
Tot deze balanspost behoren:
- Grond-, weg- en waterbouwkundige werken
A125 - Materiële vaste activa: Vervoermiddelen
Tot deze balanspost behoren:
- Vervoermiddelen
A126 - Materiële vaste activa: Machines, apparaten en installaties
Tot deze balanspost behoren:
- Machines, apparaten en installaties
A129 - Materiële vaste activa: Overig
Tot deze balanspost behoren:
- Overig
Het komt voor dat in de administratie en programmarekening de balanspost 'vaste activa in uitvoering' is opgenomen. De post 'materiële vaste activa in uitvoering' komt echter niet voor in de Iv3-matrix. De vaste activa in uitvoering moeten in principe worden verantwoord op de balanspost waar het betreffende activum thuishoort. Dus de uitgaven aan een weg in uitvoering, indien geactiveerd, horen thuis op de balanspost 'grond-, weg- en waterbouwkundige werken'. Indien de administratie dit niet toelaat, kan de gemeente kiezen voor verantwoording van de activa in uitvoering op de bestaande balanspost 'overige materiële vaste activa' (A129). Ditzelfde geldt voor bijvoorbeeld de ontwikkeling van (GWW-)projecten namens anderen (bouwheer), die in een later stadium worden ‘doorverkocht’ aan die anderen.